Slim laadplein: KlokGroep bouwt eigen oplossing voor netcongestie

1 januari 2024

De elektrificatie van het wagenpark bracht KlokGroep voor een uitdaging: meer elektrische auto’s betekenden ook meer vraag naar laadcapaciteit. Maar juist toen liepen we tegen de grenzen van het stroomnet aan. De oplossing? Een slim laadplein met eigen energieopwekking, batterijopslag en veertig laadpunten. Projectmanager Mark Beekman en manager duurzaamheid Thijs Pleijhuis-Kleve vertellen erover.

Waarom wilde KlokGroep een eigen laadplein realiseren?

“Een aantal jaar geleden zijn we begonnen met het elektrificeren van ons wagenpark”, legt Pleijhuis-Kleve uit. “Daarvoor hebben we extra laadpalen geïnstalleerd op ons terrein. Al snel kwamen we erachter dat het beschikbare contractvermogen dat we hebben voor ons kantoor niet toereikend was om de auto’s op te laden.

We hebben bij de netbeheerder een aanvraag gedaan voor een zwaardere aansluiting. Die kregen we echter niet vanwege netcongestie in Nederland.

We hebben geprobeerd om met load balancing het beschikbare vermogen slim te verdelen over de laadpalen. Maar uiteindelijk was er gewoon te weinig capaciteit beschikbaar om alle auto’s goed op te laden. Tegelijkertijd groeide het aantal elektrische auto’s binnen onze organisatie snel door.”

Daarom hebben we bij de netbeheerder een aanvraag gedaan voor een zwaardere aansluiting. Die kregen we echter niet vanwege netcongestie in Nederland. Toen moesten we onszelf de vraag stellen: wat nu? We wilden medewerkers wel goed kunnen blijven faciliteren. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het plan voor een laadplein met extra laadpunten, batterijopslag in de vorm van accu’s en 200 zonnepanelen op de carport boven de laadpalen om ook een deel eigen vermogen op te wekken.”


In hoeverre was dit project een noodzaak versus een ambitie?

“Het was eigenlijk allebei”, zegt Pleijhuis. “We hadden de ambitie om naar een volledig elektrisch wagenpark toe te werken. Maar door de situatie op het elektriciteitsnet werden we gedwongen om anders naar oplossingen te kijken. Je kunt dan twee dingen doen: je ambitie loslaten of investeren in een alternatief. Wij hebben bewust voor dat laatste gekozen.”

Leveren alleen de zonnepanelen niet al voldoende energie?

“Het is niet genoeg om alle auto’s volledig van stroom te voorzien, maar het levert wel een belangrijke bijdrage”, zegt projectmanager Mark Beekman. “Op momenten dat er geen pieken zijn op het net, kopen wij onze stroom in, die we vervolgens opslaan in onze accu’s. Op momenten waarop er meer vraag is naar laadcapaciteit, kunnen we die opgeslagen energie inzetten voor het opladen van auto’s.

Op momenten dat er geen pieken zijn op het net, kopen wij onze stroom in, die we vervolgens opslaan in onze accu’s.


Daarnaast gebruiken we slimme software die bepaalt wanneer er geladen wordt en hoe snel de auto’s geladen worden. Zo stem je vraag en aanbod veel beter op elkaar af.”

Wie maken er gebruik van het laadplein?

“Het laadplein is niet openbaar. Het is echt bedoeld voor onze eigen medewerkers en bezoekers”, zegt Pleijhuis-Kleve. “Wat we belangrijk vinden, is dat we hiermee een oplossing hebben gevonden om tijdens de congestiemomenten het net niet extra te belasten, maar onze opgeslagen energie te gebruiken. Doordat we onze eigen energie opwekken en opslaan, dragen we niet verder bij aan de netcongestie op het bedrijventerrein waar we zijn gevestigd. Daarmee laten we ook zien dat er wél oplossingen mogelijk zijn. Andere bedrijven lopen tegen dezelfde problemen aan. Dit project bewijst dat je met slimme keuzes toch stappen kunt zetten.”


Wat vinden medewerkers van het nieuwe laadplein?

“We horen eigenlijk alleen maar positieve reacties”, zegt Beekman. “De oude situatie werkte gewoon niet goed genoeg. We hadden te weinig laadpalen voor het gestaag groeiende elektrische wagenpark. Bovendien waren de laadstations die we hadden verouderd, waardoor mensen hun auto niet voldoende konden opladen. Nu hebben we het zo ingericht dat medewerkers hun auto op een normale manier kunnen laden, zonder zich zorgen te hoeven maken of ze met voldoende accucapaciteit naar huis of naar de bouwplaats gaan.”

“Toen we een aantal jaar geleden de stap zette naar elektrisch rijden, was daar in het begin ook een aantal mensen sceptisch over”, zegt Pleijhuis-Kleve. “Onbekend maakt immers onbemind. Daarom is het belangrijk dat als je die stap zet, medewerkers daarin faciliteert en het goed organiseert.”


Jullie hebben subsidie gekregen van de gemeente om het laadplein te realiseren. Welke rol speelde de gemeente in dit project?

“De gemeente heeft echt meegedacht in het proces”, zegt Pleijhuis-Kleve. “Het laat zien dat overheden en bedrijven samen kunnen kijken naar oplossingen om duurzaamheidsambities tóch door te zetten, ondanks de beperkingen op het elektriciteitsnet.

De subsidie was niet doorslaggevend voor het hele project, maar helpt wel degelijk. Het maakt het makkelijker om investeringen sneller door te voeren en verkort de terugverdientijd. Dat is belangrijk, zeker omdat we een paar jaar geleden al de keuze hebben gemaakt om ons wagenpark te elektrificeren. Daar plukken we nu de vruchten van.”

Had de gemeente ook invloed op het ontwerp?

“Niet direct”, zegt Beekman. “We hebben ons plan gepresenteerd en op basis daarvan is subsidie verstrekt. Natuurlijk heb je wel te maken met vergunningen en welstandseisen. Daar moet je rekening mee houden.

Zo zijn bepaalde keuzes in uitstraling en materiaalgebruik mede bepaald door de regelgeving. De houten constructie bijvoorbeeld, hadden wij liever onbehandeld gelaten, maar uiteindelijk ben je ook gebonden aan bepaalde kaders.”

Hoe zorgen jullie ervoor dat het systeem toekomstbestendig blijft?

“Met de twee batterijen en veertig laadpunten die we nu hebben, kunnen we de komende jaren goed vooruit”, zegt Pleijhuis-Kleve. “Maar het systeem is modulair opgebouwd. Als er in de toekomst meer laadcapaciteit nodig is, kunnen we relatief eenvoudig uitbreiden.

Zo is bijvoorbeeld alles al voorbereid op de komst van een derde batterij. Dat soort zaken neem je liever direct mee in het ontwerp. Het vraagt nu misschien een grotere investering, maar het voorkomt dat je later opnieuw grote aanpassingen moet doen en het plein moet openbreken.”

Is dit laadplein een blauwdruk voor andere locaties?

“In principe wel”, zegt Beekman. “Het concept is schaalbaar. Je kunt spelen met het aantal zonnepanelen, laadpunten of batterijcapaciteit. Daardoor zou je dit soort oplossingen ook op andere locaties binnen de groep kunnen toepassen.

Wel is iedere situatie anders. Je kunt dus niet simpelweg overal exact hetzelfde systeem neerzetten. Per locatie moet je opnieuw kijken naar energieverbruik, beschikbare ruimte en netcapaciteit.”

Het concept is schaalbaar. Je kunt spelen met het aantal zonnepanelen, laadpunten of batterijcapaciteit.


“We zien dat netcongestie ook in steeds meer bouwprojecten een rol speelt”, zegt Pleijhuis-Kleve. “Daardoor moeten we anders leren omgaan met energie. Hoe gebruik je minder? Hoe sla je slimmer op? En hoe verdeel je energie efficiënter?”

Dit soort projecten helpen ons om ervaring op te doen. Je leert waar je tegenaan loopt, zowel technisch als qua wet- en regelgeving. Die kennis kunnen we vervolgens weer meenemen naar toekomstige projecten.”


Mark-Beekman--Laadplein-4--LR
Mark-en-Thijs---Laadplein-4--LR

Mark Beekman en Thijs Pleijhuis-Kleve op het laadplein

Thijs-Pleijhuis-Kleve---Laadplein-1-LR

Thijs Pleijhuis-Kleve
Manager Duurzaamheid

Mark-Beekman--Laadplein-1-LR

Mark Beekman
Projectmanager

Nieuwsoverzicht
Deel dit verhaal